Europese betrokkenheid bij Japan na aardbeving - Europa NU voor Journalisten

Europa NU voor Journalisten

bij Europese betrokkenheid bij Japan na ...

Ingestortte huizen als gevolg van een aardbeving

Bron: Blog Lilianne Ploumen

Op 11 maart 2011 werd het noordoosten van Japan getroffen door een reeks aardbevingen. De zwaarste aardbeving had een kracht van 9,0 op de schaal van Richter, even krachtig als de aardbeving in 2004 die een verwoestende tsunami in Azië tot gevolg had. Door de kracht van de aardbeving ontstond er, ook in Japan, een tsunami van vier meter hoog die veel schade aanrichtte. De situatie werd nog kritieker door ontploffingen en ontploffingsgevaar bij een aantal nucleaire reactoren van de kerncentrale Fukushima.

Eerste reactie EU: noodhulp

Direct na de gebeurtenissen in Japan lieten de voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy en de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso in een verklaring weten dat de Europese Unie klaar stond om Japan op alle mogelijke manieren hulp te bieden als het land daar om vroeg. Van Rompuy en Barroso leefden mee met de de Japanse regering en de families van de slachtoffers.

In eerste instantie liet Japan weten nog geen gebruik te willen maken van de hulp van de EU. Vanwege de verwoeste infrastructuur in het land was het volgens de Japanse regering te moeilijk de juiste mensen op de juiste plek te krijgen. Op 15 maart, enkele dagen na dit  'nee' van de Japanners, liet het land weten toch hulp van de Europese Unie te accepteren.

De hulp bestond uit 5 miljoen euro noodhulp en het coördineren van reddingsteams uit de verschillende lidstaten. Verder maakte de Europese Commissie op 4 april bekend nog eens 10 miljoen euro uit te trekken voor humanitaire hulp aan het getroffen gebied. Het totale bedrag dat de EU na de tsunami voor Japan heeft uitgetrokken, komt hiermee op ruim 15 miljoen euro.

Debat over de veiligheid van kernenergie

Door de problemen met de kerncentrale Fukushima laaide wereldwijd een discussie op over het gebruik van kernenergie. Hierop besloot de Europese Unie een stresstest uit te voeren op alle Europese kernreactoren. Deze test bestaat uit het controleren van de reactoren zelf, de veiligheidsmaatregelen in alle centrales en alle nationale veiligheidsplannen. Eind november 2011 werden de voorlopige bevindingen van de stresstests bekendgemaakt. Hieruit kwam naar voren dat de veiligheidsmarges weliswaar voor verbetering vatbaar waren, maar dat de 143 centrales veilig genoeg zijn om open te blijven. In januari 2012 maakte minister Verhagen bekend dat de Nederlandse kerncentrale in Borssele aan de veiligheidseisen voldoet.

Ook op nationaal niveau werden er in de EU-lidstaten maatregelen genomen. Duitsland stelde een aantal oudere centrales tijdelijk buiten bedrijf. In veel landen werden de bouwplannen voor nieuwe kerncentrales opnieuw bekeken. Enkele landen hebben aangegeven af te zien van de bouw van nieuwe centrales.

1.

Meer informatie

 

Inhoud

  • Contact
  • Home