Dioxineschandaal Duitsland - Europa NU voor Journalisten

Europa NU voor Journalisten

Eieren

Eind december 2010 werd bekend dat sommige Duitse voedselproducten een meer dan wettelijk toegestane hoeveelheid dioxine bevatten. In eerste instantie leek het vooral om eieren en pluimvee te gaan, maar later bleek ook varkensvlees besmet te zijn. Hoewel geen sprake was van een acuut gevaar voor de volksgezondheid, stelden consumenten zich voorzichtiger op en sloten een aantal landen hun grenzen voor Duitse eieren en varkensvlees. De Duitse agrarische sector leed daardoor aanzienlijke schade. In 2012 zullen de Europese lidstaten een reeks striktere maatregelen invoeren waarmee besmetting voortaan voorkomen moet worden. De reeks maatregelen werden in oktober 2011 goedgekeurd.

1.

Wat was het probleem?

Te hoge doses dioxine zijn schadelijk voor de gezondheid. Dioxines, die tijdens verbrandingsprocessen ontstaan, kunnen kankerverwekkend zijn en de vruchtbaarheid, weerstand en ontwikkeling aantasten. Daarbij breekt dioxine zeer langzaam af. Dioxines worden vooral via voedsel ingenomen, waarbij ze met name in de dierlijke producten melk, vlees, vis en eieren voorkomen. Een grote hoeveelheid dioxine in één keer binnenkrijgen kan acute gevolgen hebben. De vroegere Oekraïense president Viktor Joesjtsjenko is waarschijnlijk met dioxine vergiftigd, waardoor zijn huid zichtbaar beschadigd raakte.

Het Duitse dioxineschandaal ontstond door ontdekkingen van dioxines in december 2010 na controles van eieren en pluimvee. Een producent van diervoeders had daarvoor de autoriteiten op de hoogte gesteld van vervuild diervoer nadat uit een eigen, interne controle bleek dat het eigen product vervuild was en niet voldeed aan de Europese vereisten. Na verdergaande controle werd duidelijk dat agrarische bedrijven in meerdere Duitse deelstaten vervuild voedsel op de markt brachten. Eieren bevatten bijvoorbeeld meer dan twee keer de maximaal toegestane waarde die de Europese Unie (EU) heeft vastgesteld. Aanvankelijk bestond de indruk dat het vooral om boerderijen met legkippen en kalkoenen ging. Dit dioxineschandaal in Duitsland kwam slechts ruim een half jaar na een eerder dioxineprobleem, door met Oekraïens maïs vervuilde biologische eieren.

2.

Hoe is de Europese Unie betrokken bij het dioxineschandaal?

De Duitse overheid meldde de vervuiling van diervoerders voor het eerst op 27 december 2010 aan de Europese Commissie. Vervolgens werden de lidstaten op de hoogte gesteld via het Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF). Dat stelde hen in de gelegenheid om te controleren of besmette diervoeders zich op de eigen markt bevonden. Nadat bekend werd dat vervuilde diervoeders in Duitsland in omloop zijn, hield de Europese Commissie toezicht op de ontwikkelingen en verspreidde nieuwe informatie zo spoedig mogelijk via de RASFF. Eurocommissaris John Dalli hield regelmatig overleg met de Duitse landbouwminister Ilse Aigner en stelde ook het Europees Parlement op de hoogte van de ontwikkelingen.

3.

Hoe raakten andere landen betrokken bij het dioxineprobleem?

Zuid-Korea verbood de invoer van Duits varkensvlees en vroeg de Europese Commissie zelfs om een officieel exportverbod. Rusland verscherpte het toezicht op de import van varkensvlees en gevogelte uit Duitsland en andere Europese landen en dreigde met een importverbod. Vanaf 12 januari 2011 hield ook China Duits varkensvlees en eieren tegen. Wegens het zeer beperkte gevaar vond de Commissie het opschorten van de import door Zuid-Korea en China buitenproportioneel.

Besmet veevoer was geëxporteerd naar bedrijven in Denemarken en Frankrijk. Bij het Deense bedrijf ging het om broedkippen, waarvan de eieren niet voor menselijke consumptie bestemd waren. Nederland werd door de Europese Commissie gevraagd nadere informatie te bieden na onderschepping van een partij mogelijk besmette eieren. Britse supermarkten haalden Duitse eiproducten uit de schappen. 

4.

Wat waren de gevolgen van het dioxineschandaal?

Het Duitse dioxineschandaal had als gevolg dat er, hoewel er geen paniek uitbrak onder de consumenten, minder gewone eieren en meer biologische eieren werden verkocht. Tevens zakte de toch al slechte prijs voor varkensvlees nog verder in. Duitse supermarkten boden de mogelijkheid om verdachte eieren terug te brengen, doordat de codes van mogelijk besmette bedrijven bekend waren.

Op politiek vlak leidde het dioxineprobleem tot een roep van de Duitse landbouwminister Ilse Aigner om scherpere controles op diervoeders. Martin Müller, voorzitter van het Bundesverband der Lebensmittelkontrolleure (BVLK), drukte de wens uit om niet goed opererende bedrijven openbaar te maken, meer controleurs aan te stellen en meer eenheid in de regelgeving aan te brengen. Anderzijds gaf de brancheorganisatie van olie, vetten en oliegrondstoffen (Grofor) aan dat grote bedrijven geïnvesteerd hebben in omvangrijke kwaliteitszorgsystemen en kleine bedrijven steekproefsgewijs controleren. De belangenbehartiger van Duitse melkveehouders zag de oorzaak van de crisis vooral in de wereldwijde concurrentie en de eis om zo goedkoop mogelijke producten op de markt te brengen. Zoals hierboven werd vermeld, overwoog de Europese Commissie ook nieuwe maatregelen tegen besmetting van de voedselketen.

Sinds 2002 zijn Europese normen voor maximaal toegestane hoeveelheden dioxine van kracht. Die regelgeving is in 2006 uitgebreid. Ook bestaat er sinds 2005 Europese wetgeving die minimumvereisten stelt aan hygiëne rondom diervoeders. Omdat - opnieuw - problemen zijn ontstaan met dioxine in de voedselketen, hebben meerdere actoren, waaronder de eurocommissaris John Dalli (gezondheid en consumenten) en sommige Europarlementariërs, aangegeven een beter toezicht en handhaving voor te staan. Zij willen een striktere scheiding van producten die wel en die niet geschikt zijn voor de voedselketen. Daartoe worden nieuwe beleidsmogelijkheden onderzocht.

5.

Huidige stand

In oktober 2011 kwam de Europese Commissie met een reeks maatregelen die een dioxinebesmetting voortaan moeten voorkomen:

  • 1. 
    Veevoederbedrijven die ruwe plantaardige olie gebruiken komen onder scherpe controle te staan.
  • 2. 
    Vetten voor technische doeleinden worden strikt gescheiden van vetten die bedoeld zijn voor de levensmiddelenindustrie.
  • 3. 
    Risicoproducten worden onderworpen aan Europese minimumregels voordat deze in de voedselketen terecht komen.
  • 4. 
    Laboratoria krijgen een meldingsplicht indien zij dioxine in producten aantreffen.

Meer informatie

  • Contact
  • Home