Burger meer centraal in nieuw Europees veiligheidsprogramma - Europa NU voor Journalisten

Europa NU voor Journalisten

bij Burger meer centraal in nieuw ...

Europa als vingerafdruk

Een van de belangrijkste taken van de overheid is het garanderen van de veiligheid van haar burgers. Tot voor kort eisten de lidstaten van de Europese Unie die verantwoordelijkheid voor zichzelf op. Justitie en Binnenlandse Zaken waren nationale aangelegenheden, waar Brussel zich niet mee mocht bemoeien. Eventuele samenwerking was een zaak tussen individuele staten.

Die situatie is echter veranderd door de introductie van een vrij verkeer van personen en goederen, gekoppeld aan het wegvallen van de binnengrenzen in het zogeheten Schengengebied. Het vrije verkeer over landsgrenzen heen en de voortschrijdende globalisering dwongen de lidstaten na te denken over nauwere samenwerking om nieuwe uitdagingen op het gebied van veiligheid en de rechten van de burger het hoofd te bieden.

Losse afspraken over samenwerking tussen twee of meer landen waren niet langer toereikend. Een - voorzichtige - gezamenlijke aanpak van bepaalde urgente problemen beloofde meer resultaat op te leveren. Dat heeft geleid tot het huidige Stockholm-programma: een beleidsprogramma voor samenwerking op het gebied van veiligheid, in balans met de bescherming van grondrechten van burgers.

1.

Aanloop naar het Stockholm programma: kaders voor samenwerking in het Tampere Programma

Omdat een gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende problemen op het gebied van criminaliteit, migratie en veiligheid in veel lidstaten lange tijd gevoelig bleef, vond pas in 1997 een eerste doorbraak plaats met de ondertekening van het Verdrag van Amsterdam. De regeringsleiders en staatshoofden besloten tot het instellen van een (gemeenschappelijke) ruimte van vrijheid, veiligheid en recht met nieuwe bevoegdheden voor de Unie op met name het terrein van asiel en migratie.

Verder kon Europol (het Europese samenwerkingsverband van politiediensten) eindelijk van start gaan. Al in 1992 was onder het Verdrag van Maastricht besloten tot de oprichting van deze organisatie voor het stimuleren van de uitwisseling van politie-informatie.

Het nieuwe denken over justitiële samenwerking in Europa werd ondersteund door een vijfjarig beleidskader op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, het zogeheten Tampere-Programma. Dit programma had tot doel de basis te leggen voor een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid, harmonisatie van grenscontroles en nauwere politiële en justitiële samenwerking op basis van wederzijds vertrouwen.

2.

Terroristische aanslagen 2004 en de gevolgen voor het Haags Programma

Maar tijdens de looptijd van het Tampere-programma kreeg de Unie voor het eerst te maken met bloedig terrorisme uit radicaal islamitische hoek. De aanslagen in New York in 2001 hadden ook gevolgen in Europa, want de Verenigde Staten betrokken de EU al snel in haar wereldwijde strijd tegen het terrorisme. Europa kreeg ook zelf een zware klap te verwerken bij de treinaanslagen van 2004 in Madrid. Bovendien nam in de periode van het Tampere-programma de migratiedruk fors toe en werd de (grensoverschrijdende) criminaliteit een steeds groter probleem.

Deze gebeurtenissen maakten duidelijk dat Europa een permanente strategie nodig had om al deze problemen van grensoverschrijdende aard effectief aan te kunnen pakken. Maar tegelijkertijd moest worden voorkomen dat de grondrechten van de burger er onder zouden lijden. Betere samenwerking tussen politie en overheid leidt er immers ook toe dat persoonlijke gegevens van Europese burgers veel makkelijker worden uitgewisseld, en dat de controle hierop soms onder druk komt te staan.

Het nieuwe vijfjarig beleidsprogramma, dat in 2004 in Den Haag werd afgesproken, stelde dan ook dat die grondrechten volledig moesten worden geëerbiedigd. Gegeven de tijdsgeest was het echter niet verwonderlijk dat de focus bij de uitvoering van het Haags Programma toch vooral kwam te liggen op het vergroten van de veiligheid.

3.

Stockholm-programma

Het Haags Programma was in 2009 afgelopen. De Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement hadden bouwstenen aangedragen voor een nieuw beleidsprogramma dat het Haagse Programma verving. De Commissie gaat in haar beleidsvisie uit van het motto 'meer vrijheid in een veiliger omgeving'. Het Zweeds voorzitterschap onder wiens leiding het Stockholm-programma is goedgekeurd, sprak van het vinden van "het juiste evenwicht'' tussen de bescherming van de grondrechten van burgers en de bescherming van de staat en zijn belangen.

De sterkere nadruk op burgerrechten kwam niet als een verrassing. Zowel het Europees Parlement als diverse particuliere organisaties, waaronder Amnesty International, maakten zich grote zorgen over de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de Europese burgers en over het lot van (illegale) migranten en asielzoekers. Europese inspanningen voor een adequate bescherming van persoonsgegevens lopen namelijk niet gelijk op met de wens om steeds meer informatie van burgers, reizigers en migranten in databases op te slaan voor verdere uitwisseling in de strijd tegen criminaliteit, terrorisme en illegale migratie.

De Europese Commissie wil het leven van burgers in alle lidstaten gemakkelijker maken, vooral voor Europeanen die in een ander EU-land wonen dan waar zij geboren zijn. Dit is de leidraad van het nieuwe programma zoals dat aan de Raad en het Parlement is toegestuurd.

Meer dan acht miljoen Europeanen leven momenteel in een andere lidstaat dan waar zij oorspronkelijk vandaan komen. De vrijheid om overal binnen de Unie te reizen, te wonen en te werken moet meer inhoud krijgen door het opheffen van allerlei juridische obstakels. Daarvoor moeten bijvoorbeeld de rechtstelsels van de verschillende lidstaten beter op elkaar aansluiten. Hetzij via aanpassing, hetzij via wederzijdse erkenning van procedurele rechten van burgers.

Zo moet in het geval van een rechtsgeschil de burger uit een andere lidstaat niet op achterstand gezet worden door taalproblemen of door een verschillende interpretatie van het recht. De Commissie wil in dit verband ook meer vaart zetten achter Europese opleidingen voor rechters, officieren van justitie en politie-agenten. Ook heeft de Commissie zich ten doel gesteld om tot en met 2020 zeventigduizend professionals in Europees recht op te leiden.

Verder wil de Commissie meer nadruk leggen op bescherming van de zwakkeren in de samenleving. Het bestrijden van seksueel misbruik van kinderen en het tegengaan van vrouwenhandel staan hoog op de prioriteitenlijst. Ook het bestrijden van vreemdelingenhaat, discriminatie, homofobie en racisme blijft echter een onverminderd belangrijke opdracht voor de Commissie en de lidstaten.

Voor een betere bescherming van de grondrechten van burgers wil de Commissie toe naar een integraal pakket van maatregelen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens. Daarom is de EU na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (1 december 2009) een procedure begonnen om toe te treden tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Het Europees Parlement heeft in het najaar van 2009 een blauwdruk besproken met prioriteiten op het gebied van de bescherming van burgerrechten. Sinds het in werking treden van het Verdrag van Lissabon is er een een belangrijke rol weggelegd voor het Europees Parlement. Het Europees Parlement is ook op dit gebied mederegelgever geworden, in samenwerking met de nationale parlementen. 

Een concrete maatregel om burgers beter te beschermen is het instellen van minimum-voorschriften voor het bijstaan van slachtoffers van misdrijven. Burgers moeten in iedere lidstaat verzekerd zijn van goede hulp.

4.

Gezamenlijk asiel- en migratiebeleid

Een ander zwaarwegend onderdeel van het Stockholm-programma is de wens om tot een gezamenlijk asiel- en immigratiebeleid te komen, mede gebaseerd op onderlinge solidariteit bij de verdeling van de lasten en de opvang van (tijdelijke) asielzoekers. Alleen al in 2010 kregen EU-landen ruim 250.000 asielverzoeken te verwerken. De zuidelijke lidstaten hebben het meest te maken met de komst van veelal economische migranten uit Afrika en het Midden Oosten.

In de Unie bestaat er echter weinig enthousiasme om deze lidstaten te helpen bij de opvang en mogelijke terugkeer van migranten. Voor een effectiever en geïntegreerd beheer van de buitengrenzen ziet de Commissie een steeds belangrijker rol weggelegd voor de Europese organisatie Frontex, die de operationele samenwerking tussen lidstaten moet bevorderen.

Het is overigens niet de bedoeling de grenzen te sluiten voor economische migranten. De toenemende vergrijzing van Europa dwingt de lidstaten op zoek te gaan naar arbeidskrachten uit derde landen. De Commissie wil echter voorkomen dat iedere lidstaat dat op eigen initiatief gaat organiseren en wil toe naar een gemeenschappelijk migratiebeleid op basis van vraag en aanbod uit de verschillende arbeidsmarkten in de EU.

5.

Uitwisseling van informatie

Naast aandacht voor de rechten van burgers, asielzoekers en migranten, wijst het nieuwe beleidskader op het belang van een betere samenwerking tussen politie- en veiligheidsdiensten bij de opsporing en preventie van zware criminaliteit en terroristische acties. Het versterken van het onderlinge vertrouwen van opsporingsdiensten speelt daarbij een cruciale rol. Zonder dat vertrouwen zal er nooit een volledige en adequate gegevensuitwisseling mogelijk zijn die nodig is voor een effectieve aanpak van de bedreigingen van de Unie. Maar ook het inzetten van steeds verfijndere en geavanceerdere technieken om informatie te filteren en te analyseren moeten daarbij helpen. De Commissie wil het liefst toe naar een soort Europees model voor informatie-uitwisseling dat naadloos aansluit op nationale vergaring van inlichtingen.

De beleidsvisie van de Commissie stelt tot slot dat de bescherming van de EU en haar inwoners gebaat is bij een sterkere samenhang tussen het buitenlands beleid van de Unie en het interne veiligheidsbeleid. Afspraken met derde landen over gegevensuitwisseling en de terug- en overnameverplichting van illegale personen in bilaterale verdragen zijn daar voorbeelden van.

6.

Argumenten in de discussie:

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over een nieuw Europees veiligheidsprogramma. Uiteraard is bij alle standpunten wel een kanttekening te plaatsen, wat de discussie boeiend maar niet eenvoudiger maakt. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Misbruik van persoonsgegevens moet worden voorkomen

    De Commissie is niet alleen voorstander van een vrij verkeer van personen en goederen, maar ook van het vrije verkeer van (persoonlijke) informatie. Het vergaren en uitwisselen van informatie is volgens Brussel van het grootste belang bij de bestrijding van criminaliteit en terrorisme. De burger krijgt alleen steeds minder zicht op wat er met die informatie gebeurt. Hoe de Unie en de lidstaten met de groeiende stroom aan grensoverschrijdende informatie van burgers en bedrijven omgaan is volstrekt onduidelijk. Toch kan die informatiestroom grote gevolgen hebben voor de persoonlijke levenssfeer van individuen en voor het functioneren van organisaties en bedrijven. De vrees voor het 'Big Brother Syndroom' zal toenemen, en het vertrouwen van de burger in de Unie zal verder afnemen. De EU moet er daarom alles aan doen om een betrouwbaar en controleerbaar mechanisme te ontwikkelen dat misbruik van persoonsgegevens aan het licht kan brengen en afstraft.

  • Om terrorisme en misdaad te voorkomen is effectieve samenwerking noodzakelijk

    De aanslagen in New York en Madrid bewijzen dat vrijheid en veiligheid bedreigd worden. Ook grensoverschrijdende misdaad is een groeiend probleem. Landen kunnen terrorisme en criminaliteit niet in hun eentje bestrijden; samenwerking is noodzakelijk. Daarbij hoort uitwisseling van informatie, ook met derde landen zoals de Verenigde Staten. Al te veel rekening houden met de privacy bemoeilijkt de bestrijding van terrorisme en misdaad.

  • Juist door verdergaande samenwerking staat de Europese Unie minder sterk

    Door de grote verschillen tussen de diverse lidstaten van de EU is het erg moeilijk om overal dezelfde mate van veiligheid te kunnen garanderen. Neem bijvoorbeeld de problemen met corruptie in de Oost-Europese landen, of de instroom van illegalen in Zuid-Europa. Eén gemeenschappelijk veiligheidsbeleid zou de Unie als geheel verzwakken. Het is beter om per land in te spelen op de specifieke problemen, door een beleid te voeren dat elk geval apart behandelt.

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

7.

Meer informatie

beleidsonderwerpen

  • Contact
  • Home