Nieuws-items bij Nederland in Europa [PERSSITE]
-
23-01-2010Prijs voor de Journalistiek 2010: inschrijvingen open
-
02-10-2009Bos: goede gesprekken met potentiële kopers
-
15-09-2009Kroes neemt voorlopig nog geen besluit over het verlenen van financiële steun aan ING
-
15-09-2009Balkenende naar Brussel?
-
19-08-2009Strenge regels voor flitsleningen
-
08-07-2009Nederland speelt grote rol op Franse drugsmarkt
-
02-06-2009Kamer wil debat over Kroes en Barroso
-
10-05-2009Eerste Europese goedkeuring voor Noorse elektrische auto
-
07-05-2009Amsterdam wil dit najaar helemaal over op chipkaart
-
07-05-20099 mei Europa dag: viering van Europa in veel steden en provincies (en)
-
06-05-2009Armoede in Nederland valt Europees gezien mee
-
06-05-2009Nederlanders doen nog altijd veel vrijwilligerswerk
-
29-04-2009Ecologische doelstellingen voor natte natuurgebieden niet haalbaar voor 2015
-
27-04-2009Van Baalen (VVD) wil opkomen voor belang van Nederland
-
27-04-2009CDA'er Van de Camp: EU belegt onze boterham
-
25-04-2009Verburg: 190 miljoen voor moderniseren landbouw
-
24-04-2009Van der Hoeven ziet haken en ogen aan splitsingsplan Essent
-
08-04-2009Kroes en Bos twisten over onderzoek staatssteun Fortis en ABN AMRO
-
02-04-2009Kroes keurt Nederlands steunplan voor MKB goed
-
07-03-2009PVV doelwit op congressen GroenLinks en D66
Nederland in Europa [PERSSITE] - Hoofdinhoud
De Europese Unie is een extra overheidslaag waar beleid wordt gemaakt dat op Europees niveau effectiever gemaakt kan worden dan op het nationale niveau. In de samenwerking tussen de 27 lidstaten die momenteel lid zijn van de Europese Unie nemen vertegenwoordigers van die lidstaten samen beslissingen. Ook Nederland neemt daaraan deel. De besluiten van de Europese Unie hebben veel effect op het leven van de Nederlander. Een meerderheid van de wetgeving die de burger raakt, vindt zijn origine in Europese wetgeving. Nederland is dus niet alleen aanwezig in Europa, Europa is ook aanwezig in Nederland.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nederland is lid van de Europese Unie en beslist mee in Europa. Nederland was een van de zes oprichtende lidstaten van de Unie. Inmiddels is de Unie uitgebreid tot 27 lidstaten. Nederlanders doen op alle niveaus mee aan de besluitvorming binnen de
Europese Unie.
In de Raad van Ministers is de Nederlandse minister één van de 27 ministers aan de tafel. De Raad van Ministers vergadert in wisselende samenstelling, al naar gelang het beleidsterrein waarover vergaderd wordt. De ministers die Nederland vertegenwoordigen in EU Ministerraadsvergaderingen, zijn dezelfde als de ministers in de Nederlandse regering. Nederland is dus steeds vertegenwoordigd wanneer in de EU Ministerraad een besluit wordt genomen.
Het voorzitterschap van de Raad en al zijn voorbereidende organen rouleert om de 6 maanden. Elke lidstaat zit voor 6 maanden de vergaderingen van de Raad voor. De volgorde van de Raadsvoorzitterschappen tot 2020 is vastgelegd. Het voorzitterschap van de Raad wordt ook vaak aangegeven als 'voorzitterschap van de Europese Unie'. Beide benamingen worden door elkaar heen gebruikt.
Het voorzitterschap roept de vergaderingen bijeen, zit ze voor, stelt de agenda's op en werkt compromissen uit om de besluitvorming te bevorderen. Het voorzitterschap vertegenwoordigt ook de Raad en de lidstaten in relaties met derde landen en spreekt namens de Raad in andere EU instellingen. In 2004 is Nederland voorzitter geweest en in 2016 is Nederland weer aan de beurt.
In de meeste gevallen wordt in de EU Ministerraad bij gekwalificeerde meerderheid besloten. Om een besluit te nemen, moeten naast een royale meerderheid van bevolking en landen ook nog eens 255 stemmen (de gekwalificeerde meerderheid) van de 345 stemmen in de Raad een voorstel steunen. Daar heeft Nederland 13 van de 321 stemmen. Om invloed uit te oefenen, zal Nederland dus steeds moeten proberen coalities te vormen met andere lidstaten. Deze coalitievorming is een gecompliceerd proces, mede aangezien de rekensommen voor de totstandkoming van een gekwalificeerde meerderheid moeilijk zijn.
Calculator gekwalificeerde meerderheid
Vanaf november 2014 zal de definitie van gekwalificeerde meerderheid veranderen.
Dan zullen 55% van de lidstaten (op het moment 15 van de 27 lidstaten) die 65% van de bevolking van de EU vertegenwoordigen de noodzakelijke meerderheid vormen om besluiten te nemen in de Raad.
In een beperkt aantal gevallen, zoals belastingen, de toetreding van nieuwe lidstaten en sociale zekerheid, wordt nog bij unanimiteit besloten. In dat geval heeft Nederland, net als alle andere lidstaten een vetorecht en kan dus besluitvorming tegenhouden. Op die terreinen, waar dus de instemming van alle 27 lidstaten noodzakelijk is, zal het dus heel moeilijk zijn om besluiten te nemen.
Het werk van de ministers wordt voorbereid door de ambassadeurs van de lidstaten in Brussel, ook wel de Permanente Vertegenwoordigers (van Nederland) bij de Europese Unie genoemd in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER). Op de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland zitten een groot aantal beleidsambtenaren, die in Brussel een vinger aan de pols houden en samen met nationale beleidsambtenaren Nederland vertegenwoordigen in voorbereidende ambtelijke werkgroepen.
Ook in die 150 ambtelijke Raadswerkgroepen, zijn naast Nederland de andere lidstaten vertegenwoordigd. In elke vergadering op elk niveau van de Raad van Ministers (van de ambtelijke werkgroep tot de Europese Raad) zit naast de 27 nationale vertegenwoordigers ook steeds een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, die het gezamenlijke Europese belang vertegenwoordigt.
In de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, heeft Nederland onophoudelijk een commissaris gehad. Tot 1 november 2004 hadden de grote lidstaten (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje) elk twee commissarissen en de andere lidstaten (waaronder Nederland) een. Sinds 1 november 2004 heeft elke lidstaat nog maar één lid in de Europese Commissie. De Nederlandse commissaris zit daar niet om het Nederlands belang te dienen. Hij/zij vertegenwoordigt het Europese gemeenschappelijke belang. Bekendheid met de Nederlandse context kan natuurlijk wel een rol spelen.
Nederlanders in de Europese Commissie:
1958-1973: Sicco Mansholt (landbouw en 7 maanden voorzitter)
1967-1971: Emmanuel Sassen (mededinging)
1973-1977: Petrus Lardinois (landbouw)
1977-1981: Henk Vredeling (sociale zaken en werkgelegenheid)
1981-1993: Frans Andriessen (handelspolitiek)
1993-1999: Hans van den Broek (buitenlandse betrekkingen)
1999-2004: Frits Bolkestein (interne markt en belastingen)
2004-2009: Neelie Kroes (mededinging)
2009-........ : Neelie Kroes (digitale agenda)
Elke Europese commissaris, dus ook mevrouw Kroes, heeft een kabinet plus een woordvoerder en een persoonlijk assistent. Deze kabinetten bieden directe ondersteuning en politieke advisering aan de commissaris. In de kabinetten zijn ook diverse nationaliteiten vertegenwoordigd. Nederlanders bekleden belangrijke posities in diverse kabinetten, zoals bijvoorbeeld Constantijn van Oranje (Kroes).
Bij de Europese Commissie, werken ongeveer 25.000 ambtenaren, die allen afkomstig moeten zijn van de lidstaten van de Europese Unie. Bij de Europese Commissie werken 750 Nederlanders. Zij werken daar niet namens Nederland. Zij werken daar als internationaal ambtenaar die de belangen dient van de instelling, de Europese Commissie, waar zij voor werken. In hun statuut staat bovendien expliciet dat zij geen nationale instructies mogen aannemen.
Van die 25.000 ambtenaren werkt zo'n 12% in de vertaaldienst. Alle 22 officiële talen van de lidstaten van de Europese Unie zijn op voet van gelijkheid erkend en elk officieel document wordt dan ook in alle talen vertaald. Dus ook in het Nederlands.
Het Europees Parlement, dat sinds de laatste uitbreiding met Roemenië en Bulgarije in 2007 bestaat uit 736 leden, heeft 25 Nederlandse leden. Hoewel deze Nederlandse leden worden gekozen volgens de Nederlandse kieswet en op basis van Nederlandse kieslijsten, zitten de Nederlandse leden niet per nationale delegatie in het Parlement, maar per politieke fractie. De Nederlandse Christen-Democraten zitten bijvoorbeeld dus in de Europese Christen-Democratische Fractie, genaamd de fractie van de Europese Volkspartij (EVP). De Nederlandse parlementariërs trachten wel zo veel mogelijk voeling te houden met wat leeft in Nederland en deel te nemen aan het politieke debat in Nederland. Dat betekent niet dat zij in het Parlement zitting hebben om Nederlandse belangen te dienen. Zij dienen het Europese belang vanuit hun eigen politieke overtuigingen.
Onderzoek van het NRC Handelsblad (gepubliceerd in die krant op 29 mei 2004) toont aan dat de Nederlandse Europarlementariërs gemiddeld 87% van de zittingen in het Parlement aanwezig waren en dat ze aan 85% van de stemmingen deelnamen. Europarlementariërs van de andere landen (behalve Luxemburg) namen minder vaak deel aan stemmingen in het Parlement, zodat de Nederlandse Europarlementariërs relatief meer invloed uitoefenden. De invloed die Nederlandse leden op het Europees Parlement uitoefenden, bleek ook uit het groot aantal rapporteurschappen (auteur van een verslag dat de basis vormt voor de standpuntbepaling van het Parlement) en (onder-)voorzitterschappen van parlementaire commissies.
Ook in alle andere instellingen van de Europese Unie werken mensen van alle nationaliteiten van de Europese Unie. Eén Nederlander is rechter bij het EU Hof van Justitie. 19 Nederlanders zitten in het EU Comité van de Regio's, waaronder o.a. Ivo Opstelten en Ruud Vreeman, en het Economisch en Sociaal Comité. Nederlanders zijn dus overal te vinden. Het Bureau Internationale Ambtenaren (BIA) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de EU, Tom de Bruijn, zijn de beste plaatsen om te weten te komen welke Nederlander waar werkzaam is.
Inhoudsopgave van deze pagina:
__________
Site van Europees Parlement
Bureau Nederland & Parlementair Documentatie Centrum UL
__________

