Hervorming Europees landbouwbeleid - Europa NU voor Journalisten

Europa NU voor Journalisten

bij Hervorming Europees landbouwbeleid

Tractor op land

Bron: euobserver.com

De boterbergen en melkplassen die de Europese landbouw vroeger kon produceren, lijken nu definitief verleden tijd. Het Europees Parlement heeft op 8 juli 2010 uiteengezet hoe het Europese landbouwbeleid er na 2013 moet uitzien. Rode draad: het moet groener en met meer vrije concurrentie. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt hierdoor beter bestand tegen huidige problemen als klimaatverandering, voedselveiligheid en voedselkwaliteit. Tegelijkertijd moet het boeren hiermee een beter bestaan bieden. Een belangrijke vraag was of er na 2013 meer of juist minder geld moet worden uitgegeven aan landbouw.

In november 2010 maakte eurocommissaris Ciolos zijn plannen bekend voor hervorming van het landbouwbeleid. De EU-ministers van Landbouw hebben daarmee in maart 2011 ingestemd. Nadat de Europese Commissie eind juni 2011 bekend had gemaakt hoeveel geld gereserveerd wordt voor landbouw in de meerjarenbegroting 2014-2020, kon Ciolos op 12 oktober zijn nieuwe voorstellen presenteren. Nu de hervormingsplannen bekend zijn, kunnen de onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement over de nieuwe landbouwbegroting beginnen. Wanneer deze op tijd worden afgerond, kunnen de hervormingen vanaf 1 januari 2014 worden ingevoerd.

1.

Hervormingen noodzakelijk

In 2008 is het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie grondig tegen het licht gehouden. In 2014 gaat het nieuwe financiële meerjarenplan voor alle EU-uitgaven van start, waarvoor de Commissie haar eerste ideeën in november 2010 presenteerde. Hierin wordt voorgesteld het landbouwbeleid ingrijpend te veranderen, omdat het beleid in het verleden heeft gezorgd voor enorme productieoverschotten. Dat mag niet meer voorkomen, vindt ook het Parlement.

De Europese Unie wil niet wachten tot 2014 met het invoeren van hervormingen. Eind 2007 zijn de resultaten bekendgemaakt van de zogenaamde 'Health Check': de tussentijdse evaluatie van de hervormingen van de landbouwsector. Naar aanleiding daarvan zijn nog meer hervormingen in de maak. Deze voorstellen van de Europese Commissie richten zich onder meer op het aanpassen van de marktinstrumenten aan de globalisering en de geleidelijke afbouw van de melkquota.

De hervorming van het landbouwbeleid is al jaren aan de gang. Het landbouwbeleid was opgezet volgens het principe 'hoe meer je produceert, hoe meer geld je ontvangt'. Zonder een rem op de productie ontstonden er enorme overschotten. Zo had de Europese Unie een boterberg, een melkplas, en ga zo maar door. In 1990 begon de toenmalige Eurocommissaris MacSharry met de eerste grote hervormingen. Productie en subsidies werden hiermee losgekoppeld en er kwam een systeem dat werd gebaseerd op directe inkomenssteun.

2.

Hervormingen belangrijk voor Nederland

In maart 2008 maakten de Europese ministers van landbouw hun conclusies bekend over de vernieuwingen in het Europese landbouwbeleid. De ministers oordeelden dat de komende jaren de inkomenssteun aan boeren meer en meer afhankelijk moet worden van de mate waarin zij rekening houden met maatschappelijke waarden als milieu, landschap, natuur en voedselkwaliteit. Ook concludeerden ze dat boeren meer rekening moeten houden met de vraag naar een bepaald product: marktgeoriënteerd produceren. Verder moet het aantal regels voor de landbouw worden teruggedrongen.

De EU-ministers van Landbouw bereikten in november 2008 een akkoord over de verdere liberalisering van het beleid. Dit akkoord moet leiden tot een meer op de markt georiënteerde productie en er moet meer aandacht komen voor plattelandsontwikkeling. Een voor Nederland belangrijk onderdeel van het akkoord is het verhogen van de productielimiet voor melk vanaf 2009, elk jaar met 1 procent. Voor Nederland werd de limiet dat jaar zelfs met 2,5 procent verhoogd. Daarnaast diende staatssecretaris Bleker samen met zijn Deense collega voorstellen in om controles bij landbouwbedrijven te versimpelen en complexe regelgeving tot een minimum te beperken. Deze voorstellen kregen de steun van 26 lidstaten.

3.

Standpunt Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 12 maart 2008 ingestemd met de herziening van het Europees landbouwbeleid. Het Parlement wil echter niet dat de 'Health Check' wordt gebruikt om te bezuinigen op de uitgaven.

De Britse Europarlementariër George Lyon (ALDE) stelde als rapporteur namens de Commissie Landouw en plattelandsontwikkeling in maart 2010 een ontwerpverslag samen over de toekomst van het landbouwbeleid na 2013. De Commissie vindt vijf punten belangrijk, namelijk:

  • voedselzekerheid en eerlijke handel
  • duurzaamheid
  • landbouw in heel Europa
  • biodiversiteit
  • milieubescherming en groene groei

De stijgende kosten van energie en de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen zouden de productie verder kunnen beperken. "De gevolgen van de klimaatverandering zorgen er misschien voor dat boeren terughoudend zijn om nieuw land in te nemen. Ook zal het leiden tot watertekorten en droogtes die een rem kunnen betekenen op de productieverhoging." Toch is de Parlementaire Commissie van mening dat "Europese boeren en het gemeenschappelijke landbouwbeleid samen moeten aantonen dat zij een deel van de oplossing zijn van de uitdagingen van de 21e eeuw, niet een deel van het probleem."

Vervolgens heeft het Parlement in juli 2010 haar schets gepresenteerd van hoe het landbouwbeleid na 2013 hervormd en gefinancierd moet worden. In deze resolutie wordt gesteld dat de grootste uitdagingen voor de landbouw het terugdringen van klimaatverandering, het bevorderen van voedselveiligheid en voedselkwaliteit en het stimuleren van de concurrentie zijn.

Het Europees Parlement is van mening dat het landbouwbudget minimaal gelijk moet blijven na 2013. Dat moet helpen verzekeren dat er voldoende voedsel in de EU is. Bovendien kan dit budget milieuvriendelijker productie stimuleren. Het budget moet volgens het Europees Parlement uit de 'Brusselse pot' komen. Het Parlement is dan ook tegen renationalisatie, waarbij zowel de EU als EU-lidstaten boeren financieren. Dit omdat concurrentie minder eerlijk is als een EU-lidstaat meer geld gaat geven aan boeren dan andere EU-lidstaten.

Het Europees Parlement pleit ook voor extra subsidie (een zogenaamde 'top-up payment') voor boeren die maatregelen nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen en CO2 onder de grond op te slaan. De verschillen in financiering van boeren in oude EU-lidstaten en landen die nog maar kort lid zijn van de EU, moeten verkleind worden.

Daarnaast stelt het Europees Parlement in haar resolutie dat de import van producten uit derde landen aan dezelfde criteria moet voldoen en dat de onderhandelingspositie van boeren en prijstransparantie bevorderd moet worden.

Het aandeel van de EU-begroting voor landbouw is in vergelijking met 1985 gedaald van 75 procent tot ongeveer 40 procent. Voor het jaar 2011 heeft de EU 58,2 miljard euro beschikbaar gesteld voor landbouw, visserij en plattelandsontwikkeling. Het aandeel van landbouwuitgaven en directe steun daalde met 2,1 procent ten opzichte van 2010, maar dit onderdeel vormt met 42,9 miljard euro nog steeds de grootste uitgavenpost op de begroting van 2011.

Sinds het Verdrag van Lissabon hebben het Europees Parlement en de Europese Raad beide iets te zeggen over hoe het landbouwbeleid moet werken. Ook moeten beide de begroting voor landbouw goedkeuren. Dit is de reden dat het Europees Parlement nu actief betrokken is bij het proces om de Europese landbouw te hervormen.

4.

Voorstellen Europese Commissie

Op 18 november 2010 publiceerde de Europese Commissie een nota over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het nieuwe landbouwbeleid moet op 1 januari 2014 ingaan. De Commissie benadrukt de concurrentiekracht op lange termijn, waarbij hogere productiviteit hand in hand moet gaan met de uitdaging van de klimaatverandering en duurzaam gebruik. De drie uitdagingen zijn dan ook: voedselvoorziening, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en eerlijke ontwikkeling van plattelandsgebieden. Innovatie staat daarbij centraal.

Eind juni 2011 publiceerde de Commissie een voorstel voor de meerjarenbegroting 2014-2020. Hierin stonden ook enkele voorstellen met betrekking tot het landbouwbeleid.

Het budget voor het gezamenlijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020 bedraagt 370 miljard euro; het bedrag per jaar blijft daarmee op het niveau van de huidige meerjarenbegroting. Het systeem van directe inkomenssteun zal ook in die periode de kern van het beleid vormen. Daar bovenop komt een bedrag van 15 miljard euro voor de Europese landbouwsector dat losstaat van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dit wordt onder andere gestoken in onderzoek en innovatie, ontwikkelingsprogramma's, aanpassing aan de globaliserende markt en eventuele onvoorziene kosten.

Concrete hervormingsvoorstellen bracht de Europese Commissie op 12 oktober van hetzelfde jaar naar buiten. De volgende tien punten vormen gezamenlijk de kern van deze hervormingsplannen:

1. Meer gerichte inkomenssteun voor boeren

De inkomens in de agrarische sector in Europa liggen lager dan in andere sectoren. Tegelijkertijd moeten boeren voldoen aan allerlei eisen op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu. Daarom wil de Commissie vasthouden aan het systeem van directe inkomenssteun. Aanvankelijk was het de bedoeling dat steun alleen gekoppeld zou worden aan kwaliteitseisen, milieu- en diervriendelijke productiemethoden en verantwoord landschapsbeheer. Met het behoud van de directe steun wil de Commissie groei en werkgelegenheid stimuleren. De steun wordt wel meer gericht en gemaximeerd.

2. Meer directe en adequate middelen om nieuwe economische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden

Europa wil boeren gaan helpen bij het opzetten van collectieve fondsen en verzekeringssystemen om de gevolgen van grote prijsschommelingen in de sector te kunnen opvangen.

3. Zogeheten 'groene' betalingen voor productiviteit op de lange termijn en behoud van ecosystemen

De Commissie wil dat de agrarische sector naast economisch ook 'ecologisch concurrerend' wordt. Daarom wil zij 30 procent van de directe steun geven aan boeren die zijn overgegaan op milieuvriendelijke bedrijfsvoering. Eurocommissaris Ciolos stapt hiermee af van straffen en verplichtingen en gaat over op positieve financiële prikkels om milieuvriendelijk gedrag te stimuleren. Wel wordt als voorwaarde voor deze steun onder meer de verplichte braaklegging van delen van de landbouwgrond geherintroduceerd, nadat de Commissie hier in 2008 van af was gestapt.

4. Meer investeren in onderzoek en innovatie

De Europese Commissie wil het budget voor onderzoek en innovatie in de agrarische sector verdubbelen tot meer dan 4,5 miljard euro. Daarnaast wil zij ervoor zorgen dat boeren gemakkelijker toegang krijgen tot nieuwe kennis.

5. Een meer concurrerende en gebalanceerde voedselketen

De agrarische sector is volgens Ciolos niet concurrerend genoeg omdat boeren niet goed georganiseerd zijn en daardoor geen vuist kunnen maken tegen de multinationals die hun producten afnemen. Ook zijn afstanden vaan lang, waardoor de kosten toenemen. De Commissie wil boeren helpen beide tekortkomingen aan te pakken.

6. Aanmoedigen van initiatieven die zowel landbouw als milieu aangaan

Het gezamenlijke land- en bosbouwareaal in Europa beslaat twee derde van het gehele Europese landoppervlak. land- en bosbouw bepalen dus voor een groot gedeelte hoe de ruimte waarin wij leven eruit ziet. De Commissie wil initiatieven ondersteunen die ervoor zorgen dat economie en milieu hand in hand gaan, rekening houdend met de verschillende regionale karakteristieken.

7. Financiële steun voor beginnende jonge boeren

Meer dan twee derde van de Europese boeren is ouder dan 55 jaar. Om de toekomst van de sector zeker te stellen wil de Commissie jonge boeren gedurende de eerste vijf jaar van het bestaan van hun bedrijf extra financiële ondersteuning bieden.

8. Stimulering van werkgelegenheid en ondernemerschap in plattelandsgebieden

De Commissie wil de economie in plattelandsgebieden extra ondersteunen door jonge en kleine dynamische bedrijven een 'Start Up Kit' van maximaal 70 duizend euro te bieden om hun bedrijf zonder al te veel bureaucratie te kunnen opstarten.

9. Meer aandacht besteden aan kwetsbare gebieden

Sommige agrarische gebieden zijn extra kwetsbaar omdat zij bergachtig zijn, de bodem minder vruchtbaar is, of omdat zij meer dan andere gebieden onderhevig zijn aan de gevolgen van klimaatverandering. Toch is de agrarische sector vaak de enige vorm van economie die in deze gebieden kan bestaan. De Commissie wil daarom extra geld uittrekken voor ondersteuning aan deze gebieden, mede vanwege de sociale gevolgen die verloedering met zich mee zou brengen.

10. Een eenvoudiger en efficiënter gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De 30 procent van de subsidie-ontvangers die slechts 3 procent van het landbouwoppervlak beheert, moet voor hun geld door dezelfde bureaucratische molen als de grotere bedrijven. Kleine bedrijven zijn daardoor procentueel meer tijd en geld kwijt aan dergelijke bezigheden. Daarom wil de Commissie de administratieve lasten voor kleine boerenbedrijven verminderen.

5.

Standpunt van de Raad

De EU-ministers van landbouw bespraken de eerste voorstellen van de Commissie tijdens de Raad Landbouw & Visserij van 17 maart 2011. Daarin spraken zij zich onder andere uit voor een herverdeling van de landbouwgelden, waardoor nieuwe lidstaten meer van het budget zouden kunnen profiteren. De Raad keerde zich echter tegen voorstellen om voor welvarende landbouwbedrijven een subsidieplafond van 300.000 euro vast te stellen.

De definitieve plannen van oktober 2011 werden tijdens Landbouwraad van eind oktober voor het eerst besproken. Onder Deens en Cypriotisch voorzitterschap zal de Raad een gemeenschappelijk standpunt definiëren. In november en december 2011 organiseert het Pools voorzitterschap verscheidene debatten over het thema. De onderhandelingen met de Commissie zullen uiterlijk eind 2013 moeten worden afgerond om de hervormingen in te kunnen voeren voor de nieuwe meerjarenbegroting ingaat.

6.

Eerste reacties op de voorstellen van de Commissie

Europees Parlement

Het EP kan zich in de meeste voorstellen vinden, maar wil betere plannen om de bureaucratie tegen te gaan en een eerlijker verdeling van de fondsen. Verder stelt het Parlement vragen bij de vergroeningsmaatregelen van de Commissie, met name vanwege het risico op meer bureaucratie. Over de verhoging van het innovatiebudget is het Parlement wel te spreken.

Staatssecretaris Bleker

Namens de Nederlandse regering uitte staatssecretaris Bleker vooral kritiek op de manier waarop gelden worden herverdeeld tussen oude en nieuwe lidstaten. Bleker vindt dat Nederlandse boeren onevenredig veel moeten opdraaien voor de verschuiving van subsidies naar bijvoorbeeld Polen en Roemenië. Bleker is wel positief over de koppeling van 30 procent van de directe steun aan milieuvriendelijk produceren, maar stelt vragen bij enkele van de voorwaarden, zoals het verplicht wisselen van teelt.

LTO Nederland

LTO Nederland sluit zich aan bij de kritiek van Bleker ten aanzien van de herverdeling van gelden en stelt dat Nederlandse boeren er per jaar gezamenlijk 70 miljoen euro op achteruit gaan. De brancheorganisatie zegt zich tegen deze korting van 8 procent te gaan verzetten. Ook de verplichte braaklegging als voorwaarde voor de 30 procent milieu-afhankelijke steun vindt de organisatie contraproductief.

Milieuorganisaties

Greenpeace spreekt van een 'gemiste kans' en noemt de maatregelen voor vergroening van de sector 'te mager'. Milieudefensie vindt de plannen 'vaag' en roept onder meer op om soja als grondstof voor veevoeders te vervangen door Europese gewassen.

Overige lidstaten

Reacties in andere EU-lidstaten varieerden van 'te complex' (Frankrijk over de vergroeningsmaatregelen) tot 'te mager' (Britse staatssecretaris over hetzelfde onderwerp). Opvallend is dat ook de Poolse minister van landbouw kritiek heeft op de herverdeling van subsidiegelden, maar in tegenstelling tot Bleker vindt hij dat Polen te mager wordt bedeeld.

7.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Subsidies zijn verouderd

    Subsidies voor landbouw zijn verouderd. Er zijn tegenwoordig voldoende mogelijkheden om op een veilige manier voedsel te produceren. En dus moet de landbouw worden gezien als een normale bedrijfstak, die op een efficiënte manier kan functioneren en producten tegen een reële prijs op de markt kan brengen.

  • Platteland kan boeren niet missen

    Als binnenkort de subsidies zouden worden afgeschaft verdwijnen de boeren uit sommige gebieden, waar ze hard nodig zijn voor een goed beheer van het landschap en voor het behoud van de regionale economie.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

8.

Meer informatie

  • Contact
  • Home